Grenzen van het Hoorbare

How to survive hospitalisation?

I posted this on Facebook but thought it was worthwhile for the blog too.

I / fate decided to have an alternative birthday celebration event: a visit to the hospital! An enduring problem with a certain outgrowth of my body (I’ll spare you the details) needed treatment. So my first hospitalisation happened to take place on my 45th birthday. An extraordinary gift, of course! I took it has a holiday (about two days off duty), but it wasn’t a vacation without pain of course. Fortunately I was well taken care off by the nurses, doctor and my dear wife.

As always, I paid attention to the sounds. First in the operation room. A deadly silence it wasn’t. I heard many Chinese voices, making jokes, talking busily, one conversation in that corner of my ear (and eye) and another behind me, invisible, or even three simultaneous, animated conversations that I could hardly understand or not at all. Perhaps it’s better that way… My limited sight did not prevent me to eye a short piece of translucent tube which stuck out above the sheets and towels covering me (in the operation room it was freezing about 5 degrees I estimate). After a while parts of my body and blood were started to be washed away through the tube 10 centimeters away from my eyes, giving me some kind of indication of the goings on.

Back in my room, many hours were spent lying flat. I could not move my head unless I wanted to have a really bad headache, that special one you get from a spinal injection  – no thanks. So what do you do? You listen. In my case, most of all to myself. Particularly during the dark hours when the anaesthesia stopped working, humming to myself at different pitches helped me to give a more positive focus on painful and other parts of the body. I have been doing this for twenty-five years, in good and bad times, and it remains a very interesting, comforting and highly effective experience to massage yourself inside out. Using different vowels and harmonics you can also give yourself a pleasant brain/skull massage.

Even better were the rhythmic jazzy bass lines I am practising with my voice: moderate to high speed, low pitched, melodic staccato pulses with mouth closed; jumping from place to place through the body’s organs and awakening motoric senses that are not stimulated otherwise. Each tone of these basslines reverberates at a specific spot along the skeleton (through a process called bone conduction) so that I am really ‘punching’ my body from left to right and high to low. At the same time, this is a great exercise for an upcoming gig at the Oorsprong Curator Series in Amsterdam that I am very excited about (I’ll play with Mark Alban Lotz and Bram Stadhouders, Monday 18 November, details t.b.a.).

We did not forget about distraction number one: the TV. I rarely watch TV, and now I did not watch at all. I just overheard the films while June was watching. What you may notice already when you pay attention carefully to the sound while watching a movie, becomes all the more striking when you don’t see a thing. The abrupt reduction of the volume of the soundtrack when voices come in, and its reappearance when the voices stop – even for a short moment. The result is like a drunk DJ playing a senseless game with his faders to annoy his audience. I pity the composer who creates some of his best melodies and finds it cut up into more or less random blurps erupting out from speech – but no, most composers who earn a living with film scoring keep their most inspiring ideas for other occasions, thus accepting a much smaller audience for the stuff they put their soul into. And a good movie director will let the composer have his way to score the film after the final edits.

I almost forget to mention the majestic tree, hidden from outside view on three sides by the 5-story hospital. The walls form a narrow, echoing bulwark where hundreds, no, I think more than a thousand birds retreat for the night. At 16 o’ clock they come and sit on the edges of the roof, at 17 the gigantic tree is shaking when the birds start taking their seats with happy twittering, and by dusk the swarm produces a screeching, ehmmm, noise.

Lastly, I took to my headphones to listen to a fascinating Coursera course (History of Humankind by professor Harari from Hebrew University in Jeruzalem, highly recommended and you can still join!). For falling asleep, having to endure increasing pain and uneasiness, I listened to incredible stories that Michael Vetter told me some years ago. And that’s where the hospital-sound journey of my birthday ended: I fell asleep!

Thanks for listening!

March10-13: PhD defense and performances

On March 13 I shall, deo volente, succesfully defend my thesis

Grenzen van het hoorbare: over de meerstemmigheid van het lichaam (Thresholds of the Audible: about the Multiphony of the Body).

For those interested there are several opportunities to attend performances in the days prior to the defense. All events can be attended free of charge.

Superstringtrio: Rollin Rachele & Mark van Tongeren

Superstringtrio: Rollin Rachele & Mark van Tongeren (Photography Jochem Hartz)

Sunday 10 and Tuesday 12 March

18:30, doors open 18:00

Incognito Ergo Sum, performance

Dokzaal, Plantage Doklaan 8-12, 1018 CM Amsterdam

With Superstringtrio (Rollin Rachele, Mark van Tongeren, voices), Horst Rickels (artistic advice), Daphne van Tongeren (light-performance) and Maksim Chapochnikov (speaker).

+

mark van tongeren nulpunten

0… / Zeropoints

Monday 11 March

13:30-16:30, ongoing

0…: an overtone singing marathon for two singers

Academy of Creative and Performing Arts, Rapenburg 38, Leiden

With Superstringtrio (Rollin Rachele, Mark van Tongeren, voices), Paul Oomen (live compositional direction).

Academy of Creative and Performing Arts, Leiden University, Rapenburg 38, Leiden.

+

Thresholds of the audible

Thresholds of the audible

Wednesday 13 March

12:45 – 13:15 Introductory talk, Zaal 2

13:45 – 14:45 Defense, Senaatskamer

14:45 – 15:45 Reception, downstairs

Academiegebouw, Leiden University, Rapenburg 73, Leiden

On the Fusica website you can find more information on all the events:

Fusica logo

And here you may announce your wish to attend one or more of the events.

Your attendance at one or more of the events will be much appreciated!

Rollin Rachele (Photography: Jochem Hartz)

Rollin Rachele (Photography: Jochem Hartz)

Thanks for sharing, hope to see you.

Mark van Tongeren

‘Horst Rickels: Verkenner van muziek en ruimte’ op November Music 2012

this one’s in Dutch – a translation will follow later on!

Horst Rickels is de afgelopen jaren als artistiek begeleider en componist betrokken geweest bij mijn onderzoek Grenzen van het Hoorbare. Ik heb veel aan hem gehad middels zijn begeleiding, adviezen, een prachtige compositie en de regie over de eindvoorstelling (die hopelijk voorjaar 2013 te zien en horen is in Nederland). Minstens zo mooi was het verhaal dat hij me vertelde over een bijzonder luisterervaring. Maar eerst even de actualiteiten: meerdere klankinstallaties van Rickels zijn nu te horen en te zien in ‘Horst Rickels – Verkenner van geluid en ruimte’ tijdens het November Music festival in ’s Hertogenbosch. Voor dit ‘retrospectief’ kreeg Rickels carte blanche om met oud en nieuw werk de ruimtes van het historische Kruithuis akoestisch tot leven te wekken. Met Joop van Brakel bespeelt hij daarnaast zijn beroemdste installatie, de Mercurius Wagen. Bovendien verschijnt er voor deze gelegenheid een overzicht in boekvorm van zijn werk, dat verkrijgbaar is via November Music.

Ik leerde Horst persoonlijk kennen in de jaren negentig, toen ik diverse workshops gaf aan wat toen nog de Interfaculteit Beeld en Geluid (nu: ArtScience) in Den Haag heette. In 1999 volgde een uitnodiging mee te doen aan de voorstelling De Bazuinen van Jericho van Rickels en Tjeerd Oostendorp. We ontwikkelenden de voorstelling gedurende een aantal weken in De Fabriek in Eindhoven, waar het door Rickels bedachte Trivento-orgel stond opgesteld. Ik had het voorrecht een deel van die periode in de Fabriek te overnachten. In de late uurtjes, als iedereen weg was, nam ik de gelegenheid te baat en ging improviseren op het Trivento orgel.

Rickels had het orgel zo ontwikkeld dat het in staat was kortstondige, voorbijgaande aspecten van de tonen van een orgelpijp, zoals de zogenaamde voorlopertonen, vast te houden. Normaal gesproken treden die tonen alleen heel eventjes op bij de aanzet tot de ‘echte’ toon, als een instabiel tussenmoment. Rickels’ langdurige fascinatie met de transformatie van het stabiele in het instabiele, vice versa, kreeg zodoende klinkend gestalte. Hij maakte het ongehoorde – en waarschijnlijk meestal ongewenste – hoorbaar. De complexe installatie, die ook bestond uit speciaal ontwikkelde hard- en software om de instabiele situaties vast te houden en bespeelbaar te maken, moest na de voorstelling weer afgebroken worden en verdween zoals veel van zijn installaties naar Rickels’ werkplaats. Ik herinner met wel dat hij me vertelde dat er een versie van dit orgeltype stond opgesteld, of zelfs permanent ingemetseld was, in de constructie van de ontvangsthal van een Japans kantoorgebouw. Want het is Rickels niet of niet alleen te doen om het zoeken van nieuwe of mooie klanken door middel van installaties en machines: het gaat hem er ook om de klinkende omgeving als zodanig te beluisteren als een compositie en deze, waar dat mogelijk of gewenst is, te transformeren met subtiele akoestische of muzikale ingrepen. Bovendien heeft hij als componist zijn installaties en andere geluidsbronnen verwerkt in prachtige filmmuziek, zoals in de succesvolle documentaire Four Elements van zijn dochter, de filmmaakster Jiska Rickels.

Het breken van het maagdenvlies in het oor

Horst is een begenadigd kunstenaar, hij was een geliefd docent – hij is net opgehouden met zijn docentschap aan de afdeling ArtScience – maar hij is ook een bijzondere verkenner van klank door de manier waarop hij luistert en reflecteert op de muzikale ervaring. En daarmee kom ik terug op een verhaal dat me enkele jaren geleden vertelde, tijdens een gesprek bij hem thuis over mijn onderzoek naar ‘grenzen van het hoorbare.’ Het betrof een bijzondere geluidservaring van zo’n 30 jaar daarvoor, waarvan hij de impact die het op hem had nog nooit met iemand gedeeld had. Dit was wat hij me vertelde:

Het was in het Appollohuis, ik denk dat het rond 1987 was. Ik ging naar het Apollohuis omdat Pauline Oliveros daar speelde. Ze speelde accordeon en ik speelde zelf ook accordeon. Iedereen ging zitten en het was heel rustig. Je hoorde buiten auto’s voorbijzoemen en Pauline speelde ontzettend ingetogen en in zichzelf verzonken een paar tonen. En ik dacht: wat speelt ze daar toch? Wat vervelend! Ik kende accordeonisten zoals Guy Klucevsek, dat was een enorme virtuoos. En Pauline deed dus bijna niets. Ze trok dat ding uit elkaar, dan kwamen er een paar tonen en dan de volgende. Ik begreep ook de akkoordopeenvolging niet. Wat speelt ze nou toch? Wat vervelend! Ik hoop dat het goed wordt. Ik begon mij al te vervelen, zo van: misschien moet ik maar naar huis… Ik was ook boos, want als ik niet begrijp wat iemand doet dan wordt ik ongeduldig en boos. Wat moet dat nou, wat is dat nou voor flauwekul? Dat gaat vaak vooraf aan datgene wat je dan plotseling … en toen, plotseling!, hoorde ik het fluiten… Ik hoorde een fluit en dacht: waar komt dat vandaan? Ik keek om mij heen om te zien waar het vandaan kwam, en toen merkte ik pas dat het van Pauline kwam, dus van die accordeon. En dat het volgende akkoord dat ze speelde een ander fluiten tot stand bracht, dus dat de compositie niet over de akkoorden of over de tonen ging die ze op de accordeon speelde, maar dat het als basis diende om iets anders tot stand te brengen wat zich in de lucht bewoog. Iets dat eigenlijk niet meer uit dat ding leek te komen, als het ware. Het maakte zich los uit de materie van de accordeon. En ik was steeds naar de accordeon aan het luisteren, maar het ging nog verder, weg van de grondtoon, ergens anders naartoe. Het zweefde als het ware in de ruimte rond. Wat er toen gebeurde is achteraf als het breken van het maagdenvlies in het oor. Dat gevoel … dat was echt een soort ontmaagding. Ik dacht: stomme idioot, heb je dat niet eerder gehoord! Achteraf was ik een beetje ontredderd … Na afloop was Pauline met mijn dochtertje aan het spelen. Ik was helemaal niet in de stemming. Terwijl zij achter elkaar aan renden zweefden bij mij die tonen nog rond. Dat was werkelijk een moment … een moment dat je niet vaak meemaakt. Dat je plotseling iets nieuws ontdekt.

Ik heb het nog nooit aan iemand verteld. In de eerste plaats probeer ik zoiets te koesteren in plaats van erover te praten. Audio-art kunstenaars waren veel met de boventonen en met de boventoonreeks bezig. Dus die praatten over het fenomeen, maar niet over hun ervaring. En dat is misschien in het algemeen het probleem. We proberen dat dan te begrijpen, dus het zit zo en zo in elkaar, maar het moment dat je het meemaakt is eigenlijk een heilig moment. Daar wordt je zo door geraakt dat je niet meer de oude bent. Er gebeurt iets met je. Hé, de wereld zit nog anders in elkaar dan ik dacht. En dat is een relatief heilig moment, zoals een geboorte van iets nieuws. Daar valt niet goed over te praten. Na zoveel jaar praat ik er over, maar ik praat meestal eigenlijk niet over wat muziek met je doet. Je kunt zeggen: ik vond het mooi of prachtig, of dáár hebben ze iets te hard gespeeld. Maar wat het met je dóet of met je gedaan heeft, dat is veel lastiger: breng het maar eens onder woorden. Dat is een intieme aangelegenheid eigenlijk. Het eerste horen of gewaarworden van boventonen was een heel intieme gelegenheid, omdat je denkt: ben ik wel goed? Word ik nou gek? Het was niet te plaatsen. Het is wezenlijk lichaamlozer, omdat het geen grondtoon meer heeft. De grondtoon is eigenlijk voor een groot deel het lichaam van de boventonen. Maar als je die niet meer hoort, dan ben je het lichaam kwijt, maar je bent ook nog het onderliggende lichaam kwijt, namelijk het instrument.

Dit is wel een van de mooiste omschrijvingen die ik ken van de ontdekking dat je boventonen als afzonderlijke klanken kunt horen ( het ging vermoedelijk om een concert van Oliveros op 15 Juni 1986, waarvan één stuk op de cd Apollo and Marcyas. Het Apollohuis 1980-1997. An anthology of new music concepts  is opgenomen). Het zette bovendien het doel van mijn onderzoek, waar veel woorden aan te pas komen, in een ander daglicht. We waren het over eens dat er in de directe ervaring, zeker in de esthetische ervaring zoals van een live concert, iets bijzonders aan de hand is, iets ongrijpbaar dat alleen in dat moment zelf volledig en al tot zijn recht komt. Met grenzen van het hoorbare wilde ik aangeven dat wat ik ook doe als zanger, er zullen altijd aanzienlijke verschillen blijven tussen datgene wat ik me voorstel te doen en datgene wat elke luisteraar daadwerkelijk hoort. Zelfs op het niveau van de fysieke klank, nog zonder dat het over betekenissen, symbolen en emoties gaat, kunnen de verschillen aanzienlijk zijn, zoals Rickels’ zorgvuldig gekoesterde ervaring aantoont. Als Rickels inderdaad eerder was opgestaan en de zaal had verlaten, dan hadden Oliveros’ muzikale intenties hem nooit bereikt, ofschoon zijn oren wel de tonen met hun spectrale kleuringen hadden geregistreerd. Haar intenties ontgingen mogelijk ook anderen bij wie het ‘maagdenvlies van het oor’ niet gebroken is tijdens (of al voor) het concert. Het is hoe dan ook onwaarschijnlijk dat iemand anders dezelfde intense ervaring had als Rickels. Hoe Oliveros zelf met haar aandacht het stuk beleefde weten wij evenmin. We weten vrijwel zeker dat we daar nooit achter kunnen komen en dat die kloof tussen musicus en luisteraar altijd bestaat.

Het contrast tussen mijn langdurige onderzoek naar boventonen en timbre bij de menselijke stem, dat ik niet alleen als zanger maar ook als musicoloog/schrijver heb ondernomen, kon haast niet groter. Rickels’ koesterde zijn ervaring door de extreme terughoudendhoud in het delen ervan, terwijl ik gedurende een bijna even lange tijd poogde om al denkend en schrijvend door te dringen tot onbenutte potenties van boventonen en timbre voor de stem en het gehoor. Er was wel een belangrijk verschil: ik kan me niet een aha-moment voor de geest halen waarop ik de boventonen van mijn stem (of die van een ander) voor het eerste hoorde. De enige verklaring die ik ervoor heb is dat ik wist dat er een antwoord moest komen op mijn vraag ‘wat is klankkleur?’, die het vertrekpunt was dat mij uiteindelijk tot het boventoonzingen bracht. Toen ik boventonen hoorde was ik waarschijnlijk minder verrast. Het neemt niet weg dat Rickels zijn ervaring in een poëtische beeldspraak heeft omgezet die ik bijzonder toepasselijk vind voor dit aspect van de grenzen van het hoorbare.

Vandaag is de laatste dag om de geluidenwereld van Horst Rickels aan den lijve mee te maken!

Links:

November Music 2012

Video indruk van de geïnstalleerde werken door VPRO Eigentijds

Horst Rickels op V2, Rotterdam

En in De Fabriek, Eindhoven

Radio-interview over mijn onderzoek naar boventoonzang in Azië

Op zondag 28 oktober zond de Boeddhistische Omroep Stichting een gesprek uit dat Ton Maas met mij had naar aanleiding van mijn onderzoek over boventoonzang en de grenzen van het hoorbare. In het eerste deel kwamen vooral de Aziatische tradities aan bod. De uitzending is hier online te beluisteren: na deze week moet je misschien even doorklikken naar de oudere uitzendingen, en wel die van zaterdag 27 oktober. Het interview is in deel II van de uitzending.

Er zijn onder andere opnames te horen van 3 lama’s van het Drepung Loseling klooster uit Zuid India, die ik 6 jaar geleden in India kon opnemen. Iedereen in Dharamsala was erg druk in verband met de traditionele voordrachten die de Dalai Lama tien dagen lang hield na  het Tibetaanse nieuwjaar( Losar). Het was een groot geluk dat deze monniken, die vaak optreden bij belangrijke rituelen en ceremonieën voor de Dalai Lama, even tijd konden maken, en het was dan ook zo weer voorbij. Maar wat ze presteerden deed me versteld staan, zo spatgelijk was het, en zo anders dan veel andere recitaties en gebeden die ik gehoord heb in de loop der jaren.

De foto is van een cd die andere Drepung monniken maakten in de jaren negentig: mijn foto’s gemaakt in Dharamsala raakten helaas zoek.

Beluister de uitzending van Hemelsbreed van 27 oktober 2012.

Reflecties op boventonen – uit de inleiding

Twee decennia geleden was boventoonzang voor mij een speciaal en ikonisch verschijnsel, dat leidde tot bijzondere ervaringen. De sterke, subjectieve gewaarwordingen gingen gepaard met persoonlijke transformaties en een veranderend bewustzijn. De verleiding was groot om mijn nieuwe muzikale mogelijkheden op te vatten als een bijzondere gave, en mijn transformaties als een soort bewijs daarvan. De reacties van anderen op deze vorm van zingen gaven daar soms ook aanleiding toe: mensen staan perplex, geloven hun oren bijna niet, en begrijpen niet wat je doet of hoe het kan. Boventonen zijn tegelijk vervreemdend, bij het bovennatuurlijke af, en hyperreëel. Toch gaat het om door en door natuurlijke verschijnselen die overal voor elke aardbewonder zo aanwezig zijn als de zwaartekracht. Ook dat idee was onmiddelijk evident: er was sprake van een duidelijke realisatie dat deze harmonischen mij scheppen en mij doordringen, en dat dat niet alleen voor mijn zingen geldt maar ook voor mijn spreken. Elk woord, elk symbool, elke waarheid en elke illusie die ik in mijn leven hoor, ontstaat ten dele door middel van deze resonanties. Waar of wat ze precies zijn als ik denk weet ik niet, maar ook mijn innerlijke stem draagt de sporen van deze resonanties in zich en is in staat, via mijn spraakorganen en de lucht die binnen en buiten mij is, ze weer tevoorschijn te laten komen.

Hieruit volgt: het is veel te beperkend om de kennis die zich openbaart in deze manier van zingen te begrenzen tot die personen die boventonen kunnen zingen. Deze groep mensen, waar ik deel van uitmaak,  zijn in staat iets te herscheppen en om te vormen wat ze eerst herkend hebben, maar de herkenning is niet voorbehouden aan ons alleen. Dit onderzoek naar boventoonzang gaat niet om bepaalde ‘zangculturen’ (bijvoorbeeld in Tibet) en ‘muziekgenres’ (boventoonmuziek), het gaat om kritische luisteraars die met enige oefening en training iets waarnemen dat andere mensen ontgaat. Ik hoor niet in de eerste plaats bij een categorie zangers; ik hoor bij een type luisteraar. Mijn muzikale verwantschappen liggen aan de rafelranden van het muziekleven, waar Edgar Varèse geluid vrij maakt, de NASA achtergrondruis van het heelal in geluid omzet, een sound-designer het sonische karakter van dichtklappende BMW-deuren ontwerpt, en ritselende bladeren in de tuin een duet in grijstinten aangaan met een ver vliegtuig. Muziek—intentioneel of onbedoeld—is overal en houdt continu mijn speciale aandacht vast.

In dit akoestische spectrum neemt de boventoonreeks vooral een bijzondere plaats in in zoverre ik haar niet onder controle heb, omdat ze gegeven is. Eenmaal ontdekt, kunnen er bepaalde controlemechanismes in werking treden. Boventonen leiden dan gemakkelijk tot een soort fetisjisme: ze worden overal gezocht, en vervolgens ook gevonden. En daar waar ze niet evident aanwezig zijn, worden ze (bij)gemaakt. In de laatste decennia hebben musici talloze technieken ontwikkeld om de klankspectra van instrumenten te verrijken en vocale boventonen te versterken tot het niveau van zelfstandig manipuleerbare tonen. De enorme uitbreiding aan beschikbare klanken houdt gelijke tred met die in elke vorm van informatie. Mijn artistieke hoofddoel nu is soberder: ik heb getracht niet meer, maar minder te doen dan andere zangers, en een radicale wending tot de oermaterie van harmonischen zelf te voltrekken, en te laten horen hoe dat klinkt.